Buurvrouw Leentje Witteveen
Ruim 25 jaar geleden kwam ik, Leentje, met mijn partner en
zoon naast Piet en Anneke wonen aan de Tsjaerddyk 46 in Folsgare.
Een goed burencontact ontstond met oog voor elkaars gezin en we wisten elkaar te vinden als er eens wat was, voor goede raad of overleg over buurzaken.
In de loop der jaren gingen de kinderen van Piet en Anneke op zichzelf wonen en werd onze zoon de klushulp bij Piet en Anneke. Beiden waren wij altijd wel aan het klussen in en rond onze huizen die al van een zekere leeftijd zijn. Dit zorgde ook wel voor meer verbondenheid. Buren zijn is geven en nemen en elkaar ruimte gunnen en er gebeurt ook wel eens wat. Eén incident is wel de moeite van het vertellen waard. Op een dag stond Piet aan mijn deur en zei; “Buurvrouw, nou zat ik laatst achter mijn bureau en toen zag ik daar groene blaadjes vanachter mijn computer komen, dat lijkt wel klimop”.
Wat bleek, de klimop die weelderig groeide tegen mijn tuinmuur, tevens Piet zijn muur van de aanbouw, had via de goot de weg naar binnen gevonden. Niet best. Ik heb snel het boetekleed aangetrokken, de klimop voorgoed van de muur verwijderd en we hebben er samen hartelijk om gelachen. Het had geen invloed op ons goede burencontact.
Het laatste jaar heeft lief maar ook zeker leed de band nog versterkt. De vraag van Piet kwam om met mijn niet van religieuze kennis gespeende bril, te kijken naar de tekst van zijn bijna voltooide boek. “Is het leesbaar ook voor een ieder die geen of nauwelijks kennis heeft van Bijbelse geschriften?”.
Zo gezegd zo gedaan. Ik heb met genoegen de aanstekelijke verhalen, preken en anekdotes gelezen. Laagdrempelig en in eenvoudig, prettig taalgebruik geschreven. Geen woord of zin behoefde aanpassing.
Niet alleen de betekenis van het religieuze karakter van het geschrevene staat voorop in dit boek, maar de liefde en de aandacht en verbinding voor de mens in de verhalen.
Onze verbinding zit ook in “het hek aan de overkant”. Want dit is ook mijn hek aan de overkant.